Energielabel

Een energielabel voor een woning is een keurmerk om te weten hoe duurzaam deze is. Bij het verkopen of verhuren van een huis, woning of appartement is het verplicht om een energielabel te hebben, zodat de kopende partij de benodigde informatie over de duurzaamheid van de woning krijgt. Dit kan een voorlopig of een definitief energielabel zijn.

Twee soorten energielabels

Er zijn twee soorten energielabels: een voorlopig en een definitief energielabel (10 jaar geldig).

Voorlopig energielabel

Sinds 2015 heeft elke woning een voorlopig energielabel. Hoewel dit label geen formele status heeft, kan deze er wel toe bijdragen dat bewoners of verhuurders gaan nadenken over energiebesparingsmogelijkheden.

Het voorlopige label is echter slechts gebaseerd op bekende gegevens van de woning, zoals woningtype, oppervlakte en bouwjaar. Daardoor kan het voorkomen dat een woning qua energiezuinigheid conservatief wordt ingeschat, met andere woorden, dat de woning minder energiezuinig lijkt dan werkelijk het geval is.

Definitief energielabel

Met een definitief energielabel wordt duidelijk hoe duurzaam een woning in werkelijkheid is en wat de geschatte kosten voor de energierekening zijn. Nadat een adviseur de specifieke kenmerken van jouw woning heeft opgenomen, krijg je het energielabel.

Het energielabel voor woningen bestaat uit klassen A++++ (groen, zeer zuinig) tot en met G (rood, zeer onzuinig) en is voor tien jaar geldig. In het definitieve energielabel staat naast de feitelijke informatie nog veel meer om de duurzaamheid van jouw woning te verbeteren.

Wat bepaalt het energielabel van een woning?

Het energielabel krijgt de waarde door de onderstaande factoren.

energielabel huis

Isolatie

Bij isolatie van een woning wordt voor het energielabel gekeken naar gevels (en gevelpanelen), daken, vloeren, ramen en buitendeuren.

De isolatie van gevels, daken en vloeren wordt uitgedrukt in RC waardes. RC staat voor Resistance Construction, oftewel de thermische weerstand van een gevel. Des te hoger de RC-waarde, des te beter de woning is geïsoleerd. Tevens worden slecht geïsoleerde muren in het rapport benadrukt met een rode kleur.

Om een woning beter te isoleren kun je de spouwmuren isoleren of deze verbeteren. Ook valt er veel te winnen bij het isoleren van het dak, omdat dit vaak om een grote oppervlakte gaat. Bij vloeren op de begane grond moet er ook nog rekening gehouden worden met de bodemgrond (kruipruimte bijvoorbeeld) en waar er koude lucht door de vloer komt.

Er wordt gekeken naar de ramen/beglazing aan de buitenkant van de woning. De isolatie van de ramen wordt uitgedrukt in de U-waarde, welke berekend kan worden of gemeten. Bij deze waarde geldt, des te lager de waarde, des te beter de isolatie.

Ramen isoleren is lastig, omdat er veel onderdelen zijn waar er energie kan ontsnappen. Zo is het kozijn ook een belangrijk onderdeel van de isolatie. Dit kan ondervangen worden met tochtstrips, dubbel glas, triple glas, vacuümglas of goed isolerend glas, zoals HR-glas.

Een buitendeur met weinig glas wordt als buitendeur beoordeeld, terwijl een deur met veel glas als raam telt bij de meting. Buitendeuren worden uitgedrukt in een Ud-waarde.

Ook hier geldt, net als bij ramen, des te lager de waarde, des te beter de isolatie. Bij deuren is het ook belangrijk om een goed geïsoleerd kozijn te hebben. Omdat een deur vaak open en dicht gaat is het tevens belangrijk om te zorgen voor een goede luchtdichting aan vier zijden rondom de deur.

Installaties

Installaties in een woning beslaan verwarming, warm water, zonneboiler, ventilatie, koeling en zonnepanelen. De installaties kunnen helpen bij het duurzaam opwekken van energie of zorgen voor een efficiënte luchtstroom.

In veel woningen is er CV aanwezig. Dit kan opgewekt worden in een duurzame CV-ketel of, wat doorgaans het geval is, een CV-ketel op gas. Hier kan flink op bespaard worden, omdat verwarming een groot deel van de energierekening beslaat.

Een goede zuinige ketel, een HR107-ketel bijvoorbeeld, of zelfs een elektrische CV-ketel kan een enorm verschil maken. Bij verwarming wordt er in het rapport aangegeven welke verwarmingsinstallatie(s) er aanwezig is (of zijn) in de woning.

Daarnaast worden er mogelijkheden gegeven om dit te verbeteren door middel van een HR107 ketel, hybride warmtepomp, warmtepomp, biomassaketel of warmtenet. Naast de centrale verwarming wordt het warme water ook vaak met de CV-ketel verwarmt. Ook hier kan een elektrische ketel erg helpen in het verduurzamen van de woning.

In eigenlijk alle gevallen is een woning met koelingsinstallatie minder duurzaam, omdat deze veel energie verbruikt. Er wordt dan ook aangeraden de woning op een natuurlijke manier te koelen, door warmte in de zomer buiten te houden middels bijvoorbeeld zonwering, zonwerende beglazing of gesloten gordijnen.

Ventilatie is hierbij ook belangrijk. Het verfrist de woning en ververst de lucht. Hierbij warmt ‘verse’ lucht ook makkelijker op dan ‘oude’ lucht en dus is daar minder energie voor nodig.

Zonnepanelen wekken op een duurzame manier energie op en kunnen bijdragen om de   terug te dringen. Zeker op het moment dat een woning helemaal elektrisch is, omdat er dan geen uitstoot is van CO2 gassen.

Energiebehoefte

De warmtebehoefte in de winter wordt aangeduid met laag, gemiddeld of hoog. Het risico op hoge binnentemperaturen in de zomer wordt aangeduid met laag of hoog en het aandeel hernieuwbare energie wordt aangeduid met een percentage van de totale energie opwek in de woning.

Veelgestelde vragen over het energielabel

Hier vind je de meest gestelde vragen over het energielabel, met de antwoorden natuurlijk!

Alle veelgestelde vragen

Om erachter te komen wat jouw energie label is, ga je naar energielabel.nl. Je hoeft alleen maar het type woning te kiezen, de postcode en het huisnummer in te vullen. Dan krijg je vervolgens het energielabel van jouw woning te zien.

De kosten voor een energielabel in 2021 lagen tussen de €200 tot €400. Dit kwam door een nieuwe regel. Het energielabel moet nu opgesteld worden door een erkend deskundige, die komt je huis bekijken en kan zelf zijn/haar tarief bepalen.

De kosten van een energielabel zijn afhankelijk van verschillende factoren, bijvoorbeeld het type woning en de aanwezige documentatie. Maar het hangt vooral af van het tarief van de deskundige die u inhuurt.

Gemiddeld kost een energielabel in 2022 voor een eengezinswoning €300. Een energielabel voor een appartement is het goedkoopst, gemiddeld zo’n €250.

Als uw woning minder fossiele energie gebruikt, dan krijgt deze woning een beter energielabel. De normering van een energielabel loopt van A++++ t/m G.

Het korte antwoord is ja. Vanaf 2015 heeft elke woning en pand een (voorlopig) energielabel. Dit kan een schatting zijn op basis van beschikbare gegevens.

Het hebben van een energielabel is verplicht, indien uw woning geen energielabel heeft kunt u een boete krijgen.